- ,

Jaarlijks verbruikt de slibverwerkingsinstallatie aanzienlijke hoeveelheden hulpstoffen. Dat zijn stoffen die van groot belang zijn voor het verlagen van de emissies. We werken in de keten dan ook samen met onze leveranciers van hulpstoffen om de kwaliteit ervan en de continuïteit van levering te waarborgen. Over de essentiële hulpstof water en onze spectaculair lage afvalwateremissie vertelt blog #2 alles.

Minder opvallende hulpstoffen die we in het slibverwerkingsproces gebruiken zijn zoutzuur, natronloog, kalksteen/krijt en adsorbens. Slib bevat zwavel en in de verbrandingsoven zorgt een chemische reactie ervoor dat zwavel wordt omgezet in zwaveldioxide (SO2). We vangen zoveel mogelijk zwavel, circa 69%, af dat achterblijft in zand, as, zout en adsorbens. Dat doen we met in de oven behulp met kalk en krijt. In de wasser verwijdert natronloog nog eens 30%. Zo vangen we in totaal maar liefst 99,75% van alle SO2 af. De luchtemissie blijft daarmee beperkt tot slechts 0,25%.

Zoutzuur gebruiken we voornamelijk in de biologische afvalwaterzuivering om de zuurgraad van het afvalwater te verlagen, zodat het kwik wordt verwijderd. Met natronloog kunnen we de zuurgraad desgewenst weer verhogen. Zo zorgen we er met deze hulpstoffen voor dat de kwaliteit van het afvalwater altijd voldoet aan de normen.

 

Het verbruiksvolume van de hulpstoffen is al een aantal jaren redelijk stabiel, zonder veel spectaculaire schommelingen. Dat geldt ook voor het verbruik van de hulpstoffen per verwerkte ton slib. Ze spelen een essentiële rol om de emissies naar water en lucht zo laag mogelijk te houden.

Luc Sijstermans
Manager Proces & Milieu SNB